,,You’re in the band!” De jonge, overenthousiaste raver grijpt mijn backstagepas vast en kijkt me aan met ogen zo groot als koffieschoteltjes: ik zie een mix van idolatrie en een MDMA-buzz. ,,No, I’m not”, schud ik. ,,Yes, you are!” kraait het kereltje en klopt me op de schouder. Misschien moet ik het spelletje gewoon meespelen. “Ok, then I am”. Ik ga hier nog vrienden maken.
Het is zaterdagnacht, 1.45u., in een bomvolle Brixton Academy in Londen. 2 Many Dj’s, het dj-project van de broers Stephen en David Dewaele, blaast ‘Parklife’ van Blur – zo te zien een heuse Britse hymne – de zaal in en honderden aangeschoten Britten krijsen van plezier. Op een videoscherm achter de broers loopt een animatie mee: de albumhoes van
Blurs Parklife, waarop een roedel racehonden vrolijk staat te shaken en de liedjestekst meelipt. Plastic bierbekers vliegen de lucht in en er ontstaat nét geen polonaise. We’re not in Kansas anymore, Dorothy.
Zeven uur voordien wandelen we een ijskoude Brixton Academy binnen. De winterwind giert door de ongezellige, grijze gangen van het oude theater.
Op het podium staat Soulwax te soundchecken. Stephen Dewaele draagt een blauw sjaaltje, David een dikke Finse wintermuts (“gekocht bij Top Shop!”). De Gentenaars prutsen aan synthesizers en roepen instructies naar de geluidsman. Ze spelen een nieuw synthrocknummer dat pokkeluid door de lege zaal weergalmt.
Even later waait de “Excuse me?”-sample uit hun stormachtige culthit ‘NY Excuse’ voorbij. Niet eenvoudig om in zo’n hol galmende zaal de klank perfect te krijgen. “Soms wou ik dat ik new folk speelde”, zucht Stephen.
Zeebaars met een sausje van witte wijn, kip met veenbessensaus, roast beef met Yorkshire pudding, ginger & honey bread met butter pudding. Nounou, en wij maar denken dat de backstagecatering in Britse muziekclubs steevast huilen met de pet op is. Of is het Brixtonmenu de regel die de uitzonderig bevestigt?
Tijdens de maaltijd zit David te piekeren over de show van vanavond. Stephen praat honderduit. ,,In Zuid-Amerika smeken ze ons om een Soulwaxmas te organiseren”, zegt hij. ,,Misschien moeten we dat volgend jaar maar eens doen”.
Gisteren is hun moeder naar de eerste Londenshow komen kijken. “Ze vond het geweldig”. Maandag vertrekken de boys weer naar België. Voor het eerst in jaren vieren ze Kerstmis in Gent. Kopen ze voor elkaar kerstcadeaus? ,,Nee”, zegt Stephen. ,,Toch wel”, meent David gespeeld verontwaardigd. ,,Ik heb vorig jaar voor jou een cadeau gekocht”. Stephen bijt betrapt op zijn lip.De heren zien er moe uit. Hebben ze een zwaar feestje achter de rug?
,,Na afloop van onze eerste show gisteren, waren alle muzikanten zo dronken dat ze tijdens de ‘drum-off’ (het traditionele slot van Soulwaxmas waarbij iedereen achter een drumstel kruipt) er vrolijk naast klopten. Alleen Dave en ik waren nog nuchter. Naar het schijnt zijn er op heel wat hotelkamers nog wilde feestjes gebouwd. Maar wij sliepen al.”
Straks moeten we evenmin een afterparty verwachten. Stephen wil namelijk morgen nog vroeg gaan shoppen, meerbepaald in de legendarische Rough Trade-platenwinkel, vlakbij het Londense appartement van de Dewaeles.
Een oogwenk later en we zitten in de V.I.P.-ruimte. Aan de muren hangen goedkope kerstslingers en kerstlampjes. De eerste gasten stromen binnen: Reinhard Vanbergen van Das Pop, mooie hippe meiden en ook een Ierse documentairemaker die een film maakt over de Bollock Brothers en die later op de avond stomdronken in ons oor zal lallen dat hij Arno ooit van bil zag gaan in de Brusselse Dansaertstraat. Charmant.
In de backstagekamer van de Dewaeles staat een verlicht kerstboompje. Op een tafel staan wijnflessen en een champagnefles, een doosje keelpastilles, een potje honing, chocoladecakejes, een mand fruit en veel thee – David Dewaele zal om het half uur een kopje thee komen drinken. Rock-’n-roll!
In een kadertje aan de muur lezen we de instructies voor het personeel van de zaal. Onze favoriete richtlijn: “Never use the word ‘fire’ within the hearing of the public. Always use the code word ‘Mr.Sands’.”
Le tout Londre druppelt langzaam binnen: hipsters van allerlei allooi, oude kameraden van de Dewaeles, artiesten, dj’s en oh ja, de zoon van Bryan Ferry, Isaac. Gezellig hoor, maar waar kunnen de broers in vredesnaam even verpozen?
In een pover gevulde zaal steekt het Canadese kwartet Azari & III van wal: twee producers en twee androgyne relnichten die heerlijke retrohouse brouwen. De aan bier verslingerde, oer-Britse lads staan er een beetje meewarig naar te kijken.
De Belgische dj Paul Chambers, Joe Goddard van Hot Chip en Mixhell krijgen met hun meedogenloze beats meer bijval.
Als Soulwax van start gaat, staat de zaal vol. De logge bas van ‘E Talking’ gooit onze maag overhoop, maar er zijn ook nieuwe songs die schipperen tussen prikkelende krautrock en klassieke Berlijnse techno. De band haalt een ravemitrailleur boven en maait iedereen omver.
Een uurtje later treden de Dewaeles opnieuw aan als 2 Many Dj’s. Als de heren tussen het technogeweld ook flarden heavy metal van Motörhead en Metallica pleuren, gaat de zaal door het lint. Zoals in hun internetproject Radio Soulwax gooit het duo muziek en gemanipuleerde beelden van platenhoezen door elkaar. De met kerstmutsen getooide jongens en meisjes gieren het uit van de pret.
Mr.Sands is definitely in the house.
Wie zijn toch al die mensen in de backstageruimte van Soulwax? Tipsy meisjes zijn op rooftocht naar de laatste flessen alcohol. De ladyboys van Azari flaneren olijk door de gang.
Stephen en David zijn naar hun wardrobe gevlucht, een kamertje waar een strijkplank staat en waar de podiumoutfits onder handen worden genomen. “We strijken ze niet zelf”, zegt Stephen, “dat doet iemand voor ons”.
Drie uur ‘s ochtends en de vermoeidheid weegt. We staan in de coulissen te kijken naar alle bands en dj’s die als losgeslagen Muppets op drumstellen staan te rammen. Voor David Dewaele is het snel genoeg: hij staat aan de zijkant van het podium een pakje boterhammen te eten. Part of the weekend…never lies.
(een versie van dit artikel verscheen in De Standaard van 21 december)