,,Ik ben tot nog toe heel ondankbaar geweest in mijn leven. Zelfs toen ik twintig werd, gedroeg ik me nog als een verwende puber. Dankbaarheid durven tonen, vergt heel wat oefening. Als ik relax en ik laat de bullshit in mijn hoofd varen, ben ik gelukkig. Eindelijk. Oh, zet hier vooral bij dat ik die zin besluit met een lange grijns. (lange grijns)”
Aan het woord is Mike Hadreas, het brein achter Perfume Genius. Even voorstellen? Hij is een 28-jarige overgevoelige, bij momenten sarcastische singersongwriter uit Seattle. Een fan van gestoorde Franse horrorfilms ook, een voormalig alcoholicus (“al twee jaar nuchter!”), ex-drugsverslaafde en niet onuitgesproken homoseksueel (daarover straks meer). Twee jaar geleden won hij de harten van indiemuziekfans met zijn tedere debuut Learning, een pijnlijk romantische singersongwriterplaat waarop ‘Mr.Peterson’ stond, een liedje over de liefdesrelatie tussen een pedofiele leraar en zijn leerling.
Hadreas zit aan een tafeltje in de bar van een Brussels hotel, in een dikke (valse) bontjas, skinny jeans, met zachtrode lipstick en een toefje mascara op het gezicht. Hij is gelukkig want hij heeft net Put your back N 2 it gemaakt, een kristalheldere update van zijn debuut, dat fans van Bon Iver, Beirut en zelfs Art Garfunkel kan verleiden. “Art Garfunkel?” roept Hadreas verbaasd, ,,Prachtig! Ik wil al lang ‘Bright eyes’ coveren!”
Put your back N 2 it klinkt recht voor de raap. Learning was meer in zichzelf gekeerd.
,,Mijn debuut stond voor een genezingsproces. Intussen ben ik tot het besef gekomen dat mijn problemen niet zo uniek waren. Als je jong bent, leef je in de overtuiging dat je eigen beslommeringen het ergst zijn. Deze keer hoedde ik me voor teveel gemoraliseer. Ik was me bewust van hoe je mijn muziek kan interpreteren, maar ik wilde daarom mijn integriteit niet opofferen.”
Je geniet intussen een bescheiden cultreputatie. Heeft dat succes je zelfzekerder gemaakt?
,,Het voelt eindelijk aan alsof ik een doel heb in het leven. Daarvoor zwalpte ik maar rond in tien richtingen tegelijk. Soms voel ik me nog steeds als een puinhoop en geïsoleerd van de rest van de wereld, ik weet tenminste waar ik heen moet. Muziek dempt heel wat frustraties. Daar ben ik pas achtergekomen toen ik stopte met drinken (lacht). In tegenstelling tot alcohol sust muziek mijn brein wél naar behoren. Ik maak er ook geen relaties mee kapot, althans dat hoop ik.”
De nieuwe plaat zou vooral gaan over ‘sterven’ en over ‘genezen’. Die twee liggen kort bij elkaar.
,,Klopt. Ik ben lang geobsedeerd geweest door het willen repareren van mezelf. Had ik een ongemakkelijk gevoel of werd ik geconfronteerd met negativiteit? Dan moest ik hersteld worden. Maar sommige zaken hebben tijd nodig. Je hebt veel minder controle over het genezingsproces dan je zelf denkt. Als je wat meer medeleven betuigt aan jezelf, kan de grootste pijn geleidelijk aan wegsijpelen.”
Je liedjes lijken fragiel maar ze hebben slagtanden. Ik denk dat je in het echte leven heel bitchy kan zijn.
,,(komt niet meer bij van het lachen) Goed geobserveerd! Misschien heb ik dat bitchy kantje omdat ik wel defensief moest zijn in mijn puberjaren. Ik ben nogal klein van gestalte en zie er vrouwelijk uit. Ik verwacht altijd tegenkantingen, waar ik ook kom. Da’s niet zo gezond voor je. De muziek op mijn plaat lijkt heel lieflijk maar heeft ook een ruw, uitdagend karakter. Daarom koos ik een albumtitel als ‘Put your back N 2 it’, wat je eerder van een hiphopper verwacht. Het klinkt heel mannelijk en krachtig.”
“You’re never too fucked to look the world in the eye”, zou een favoriete leuze van je zijn. Wat versta je daaronder?
,,Die heb ik van mijn moeder geleerd. Je bent niet voor eeuwig vergiftigd of beschadigd, bedoelde ze. Het is zo gemakkelijk om je hoofd te laten hangen.
Ik heb een heel goede verstandhouding met mijn moeder. Ze is een hippie. Onze gesprekken gaan heel diep. We kunnen gezellig kletsen tijdens de lunch, over seksueel misbruik en zo (grinnikt). En dan knus samen een filmpje kijken (schatert). We pakken onze problemen op dezelfde manier aan en zijn er sterker uitgekomen. Ze is trots op me. En voor het eerst in jaren aanvaard ik dat van haar (lacht).Toen ik als 14-jarig knulletje van de tekenschool kwam en haar mijn met bloed bedekte kunstexperimenten toonde, zei ze: “why can’t you just make something nice?” Wat ik vandaag creëer, tolereert ze iets beter (giechelt).”
In ‘All waters’ vraag je je af waarom hetero’s over straat kunnen lopen met hun handen in elkaars broekzak en homo’s niet. ,,Ook al denk ik dat de schaamte en de angst weg is, blijft er een een gêne in mijn achterhoofd hangen”, zeg je er.
,,Het is een bizar gevoel, alsof ik ongewild de aandacht op mezelf vestig. Het is heel natuurlijk dat mensen hun affectie voor elkaar willen tonen, ook op publieke plaatsen. Soms voelt het alsof we lopen te pochen, zo van: kijk naar ons, wij leiden een alternatieve levensstijl. Alan, mijn vriend, reikt voortdurend naar mijn hand als we over straat lopen, maar ik trek vaak mijn arm terug, vanwege die schaamte. Nochtans gedraag ik me heel dapper op zoveel andere vlakken in mijn leven. Is het niet frappant hoe sommige elementen uit jouw opvoeding diep onder je vel blijven zitten? Want ook al ontmoet ik veel tolerante, lieve mensen die mij niet veroordelen vanwege mijn homo-zijn, toch verwacht ik dat van hen. Ik ga ervan uit dat ik als minderwaardig zal worden behandeld. Ik besef gelukkig dat dat mijn probleem is en dat ik daar iets aan moet doen. Ik moet leren zeggen: I don’t give a shit! (lacht) ”
Wat vind je van uitgesproken homoseksuele zangers zoals Rufus Wainwright en Antony Hegarty?
,,Ik hou van allebei. Rufus heeft een intelligente, koddige, tongue-in-cheek-manier om over zijn homoseksualiteit te praten. Antony is mysterieuzer, wat me ook wel bevalt. Ik ga veel directer te werk. In mijn teksten zeg ik waar het op staat. Dat doet niets af aan het belang van de boodschap.
Ik ben simpelweg blij dat artiesten zoals Rufus, Antony en ikzelf niet langer het stempeltje van ‘homo-muziek’ meekrijgen, maar eindelijk ten volle naar waarde worden geschat. Trouwens, mensen die struikelen over mijn seksuele geaardheid, moeten echt niet naar mijn muziek luisteren. Ik ben hen liever kwijt dan rijk.’’
(een versie van dit stuk verscheen in De Standaard van 17 februari)