The Afghan Whigs in Koninklijk Circus

“We’re The Afghan Whigs from Cincinnati, Ohio”. Zo kurkdroog en retecool trapte Greg Dulli het Belgische comebackconcert van zijn groep af in een uitverkocht Koninklijk Circus. Vonken en vuur volgden.
“I know you don’t love me, baby / Try to take it away from me”. Geen enkele indiezanger uit de nineties zingt zo lekker “baaaabyyyy!” als Greg Dulli. In het Koninklijk Circus, dat aanvoelde als een volgestouwd sardineblikje, reeg de Amerikaanse rockgod de geile “baby’s” aan elkaar, of hij schreeuwde “Looooovvvve!!!” als een kruising van Mel Gibsons Braveheart met een zwarte gospelpredikant. Dulli is een heilig man met Satan op zijn hielen, welteverstaan. “Do you think I’m evil?” zongt hij, de ogen gesloten, het zweet parelend op zijn wangen. Althans, voor zover we dat konden zien. De groep had twee uur lang de lichtspots in de rug, met wat dreigende slagschaduwen en geheimzinnige silhouetten tot gevolg.Mark Lanegan bedient zich ook graag van dat trucje, maar Lanegan is sowieso meer een schaduw dan een man.
Enfin, we hadden graag de tronies van The Whigs wat vaker gezien. Pas toen Dulli het gloednieuwe nummer ‘See and don’t see’ (oorspronkelijk van soulmadam Marie ‘Queenie’ Lyons) in de zijbeuk van het theater kwam zingen, vingen we een blik op van zijn gezicht: hij zag er behoorlijk fris en goedgemutst uit. De duivel in zijn nopjes.
De rocknostalgici – stond er eigenlijk iemand jonger dan 30 in de zaal? – haalden hun hart op aan een strak uitgevoerd ‘What jail is like’ en ‘Uptown again’ dat het vuur over de lont liet razen. ‘Crime scene’ was daarvoor al de soep ingedraaid dankzij een hinderlijk galmende klank, maar dat probleempje verdween gelukkig snel.
De boel zei ‘boem!‘ bij ‘Going to town’, met zijn bleke schuurpapieren funkriff en zijn rigide drumcomputerbeat. Een mitrailleurvuur van culthits volgde.
De vloedgolf die ‘Gentlemen’ heet, lag ondergedompeld in een rode gloed, maar wij zagen er het neon van hoerenlampen in, de perfecte belichting van Dulli’s verdorven fantasie. ‘Somethin’ hot’ ontbeerde het gospelkoortje van het origineel maar droeg driftig barpianogetokkel in de onderbuik en Dulli die “hiiiiigh!!!” brulde. De openingsriff van ‘My enemy’ deelde stroomstoten uit aan de fans en ‘Debonair’ geselde zijn flanellen indiefunk tot bloedens toe. Not bad for some white dudes.
‘Lovecrimes’, met Dulli achter de piano, was een cover van de hippe r&b-man Frank Ocean. Grappig hoe Dulli bij de tijd blijft en liedjes covert die ver buiten de interessesfeer van zijn publiek vallen (we hoorden hem vroeger met The Twillight Singers ook al Justin Timberlake coveren). Maar het was een goeie cover, driftig gespeeld, met respect voor het origineel.
Een majestueus ‘Faded’ transformeerde in de staart in ‘Purple rain’ van Prince, inclusief gillende gitaarsolo en “woo-hoo-hoo”-koor.
Okee, het blijft jammer dat The Whigs de radiohit ‘Honky’s ladder’ oversloegen, maar in de bissen trakteerde Dulli ons wél op een fel ‘Fountain & fairfax’ en het oudje ‘Miles iz ded’, uit ’92 alweer.
“See you this summer!”, riep Dulli toen de gitaren bekaf de geest gaven. Meer van dat op Pukkelpop. De afwezigen hebben nu al ongelijk.
About these ads

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s